UD opleiding

Opbouw van de opleiding UD

De basisopleiding kent drie modules. Module I geeft een theoretische basis die nodig is om de totstandkoming van de menselijke ervaring van de werkelijkheid  te begrijpen. In Module II staat de persoonlijke ontwikkeling en een tweetal processen van transformatie centraal en in Module III leren we de kennis en ervaring die we hebben opgedaan toe te passen in relatie met anderen (“Art of Relating” of Psychotherapeutische toepassing). Daarnaast is er nog de mogelijkheid om een vierde module te volgen waarin spirituele ontwikkeling en toepassing centraal staat.

Module I : de relatie tussen bewustzijn en werkelijkheid

Wat is werkelijkheid?
Hoe ervaart het subject de werkelijkheid?
Hoe is het subject met de werkelijkheid verbonden?

Zulke filosofische vragen kunnen gemakkelijk leiden tot theoretische kennis die interessant is om te bespreken, maar die voor ons niet meteen relevant lijkt in het dagelijkse leven. Jezelf veranderen, vereist echter kennis van wie en wat je bent en hoe je ervaring tot stand komt. In Unity in Duality zijn daarom filosofie en psychologie niet zozeer gescheiden; de filosofie vormt de grondslag voor de psychologie.

In UD wordt allereerst een grondige introductie gegeven in hoe onze geest werkt en hoe wij de werkelijkheid ervaren (Inner Science of Mind and Phenomena). Hierbij vormt tendrel, de onderling afhankelijke aard van de werkelijkheid zoals die in de drie begrippenparen subject-object, lichaam-geest en materie-energie naar voren komt het uitgangspunt. Dit blijft niet beperkt tot theoretische kennis maar wordt door middel van meditatie en oefeningen tot ervaring gebracht en geïntegreerd, om zo tot een dieper begrip te komen.

Hoe onze werkelijkheid en waarneming tot stand komen wordt in UD onderzocht door zowel naar de kant van het subject (geest oftewel ‘mind’) als naar die van het object (werkelijkheid) te kijken en met name naar de onderlinge relatie tussen die twee. Vragen die daarbij onder andere aan bod komen zijn: welke mentale gereedschappen gebruiken wij voor de verschillende ervaringen van de werkelijkheid? Wat is de relatie tussen mijn ervaring van de werkelijkheid en de werkelijkheid ‘buiten mij’? Kan ik de wereld buiten mij eigenlijk wel waarnemen? Hoe worden mijn ervaringen positief dan wel problematisch?

We worden vaak sterk gedomineerd door onze conceptuele geest, die alleen maar op een indirecte en abstracte manier kan waarnemen en ervaren. Daarmee creëren we een gefixeerde conceptuele realiteit, een eigen wereld, die niet wordt gedeeld met anderen, en die ons in botsing brengt met de constant veranderende wereld waarin we leven. In deze module ontdekken we dat wanneer we onze identificatie verdiepen naar het niveau van de zintuigen en het lichaam de werkelijkheid direct ervaren kan worden. Onze werkelijkheid wordt dan eenvoudiger, rijker, minder gefixeerd, opener en een meer met anderen gedeelde ervaring. Om dit te bereiken, leren we voelend in ons lichaam aanwezig te zijn in plaats van steeds mee te gaan met de woorden en beelden van onze conceptuele geest. Met behulp van meditatie wordt dit geoefend en vervolgens in het dagelijks leven toegepast.

Overzicht Module I

Module II: Persoonlijke ontwikkeling

Hoe kan ik mijn ervaring van de werkelijkheid veranderen?
Wat is transformatie en welke niveaus zijn daarin te onderscheiden?

Voor de persoonlijke ontwikkeling wordt het inzicht dat alles bestaat op basis van onderlinge afhankelijkheid gebruikt om onze ervaring van die werkelijkheid te beïnvloeden. Zo wordt dit inzicht niet alleen begrijpelijk maar wordt het ook een doorleefd inzicht.

In deze module leren we de werking van de verschillende mentale gereedschappen en de onderlinge dynamiek van verschillende ‘minds’ in onze eigen ervaring kennen en ermee te werken. Centraal daarbij staat het begrip zelfreferentie en hoe functioneert. Deze zelfreferentie wordt bepaald door het gevoel dat het subject van zichzelf heeft, en dit zelfgevoel heeft grote invloed op hoe de werkelijkheid aan hem of haar verschijnt. In de relatie van het subject tot zichzelf ziet UD de kern van waaruit het mentale raamwerk en de individuele werkelijkheid zich ontvouwen.

Een kwetsbare zelfreferentie, waardoor we de werkelijkheid als problematisch ervaren, is waar we het transformatieproces vervolgens op richten, zowel binnen de Persoonlijke ontwikkeling als in de Art of Relating en de Psychotherapeutische toepassing. Centraal daarbij staat de bewustwording van het feit dat we in een kwetsbaar zelfgevoel in bepaalde situaties terechtkomen. Met behulp van innerlijke ‘resources’, ook wel krachtbronnen genoemd,  kan dit kwetsbare zelfgevoel worden getransformeerd, waardoor ook de ervaren werkelijkheid een verandering ondergaat.

Wanneer door voortdurend oefenen de kwetsbare zelfreferenties veel van hun kracht verloren hebben en het emotionele leven over het algemeen harmonieus verloopt, ontstaat ruimte om verder te gaan met de spirituele weg.
In de spirituele toepassing ligt het focuspunt van transformatie op fundamentelere zelfreferenties. De spirituele toepassing wordt verder uitgewerkt in een optionele module die na de basisopleiding gevolgd kan worden (zie Module IV).

Overzicht Module II

Module III: “Art of Relating” & Psychotherapeutische toepassing

De laatste module van de basisopleiding kent twee varianten: de “Art of Relating” die een zeer brede professionele toepassing kent en de Psychotherapeutische toepassing, voor deelnemers die een therapeutische achtergrond hebben.

Module III A: UD-‘Art of Relating’.
Gebaseerd op tendrel, het onderling afhankelijk bestaan, kan UD in iedere situatie in het leven worden toegepast.
In de ‘Art of Relating’ gaat het om het verdiepen van de eigen zelfreferentie en dit te gebruiken in contact met de mensen om ons heen. Wanneer onze ervaring niet langer is gestoeld op de fixaties van de conceptuele geest, maar wordt gestuurd vanuit een dieper ervaren van onszelf en onze realiteit kunnen we gaan fungeren als steun voor anderen. Door onze manier van zijn, nodigen we anderen impliciet uit tot een harmonieuzere benadering. Door het ontbreken van de noodzaak ons te verdedigen of het contact met anderen te gebruiken om steun voor onszelf te verkrijgen, ervaren we de ruimte om vanuit een fundamenteler perspectief te kunnen kijken en handelen.

Iedere relatie, ouder-kind, leraar-leerling, werkgever-werknemer enz., is geschikt om UD in toe te passen. In al deze relaties kunnen wij op efficiënte wijze en met vér reikende resultaten werken met de inzichten van UD en haar methoden, in steeds verfijndere vormen. Er zijn geen specifieke vereisten zoals bij de Psychotherapeutische toepassing, maar een diepgaande persoonlijke ontwikkeling in termen van UD is hiervoor een essentiële voorwaarde.

Module III B: UD-Psychotherapeutische toepassing
Het doel van psychotherapeutische toepassing is het diepgaand transformatief werken met de kwetsbare zelfreferentiestructuren van de cliënt op basis van haar of zijn ondersteunende krachtbronnen. Ook hierbij wordt gewerkt op basis van tendrel: met hulp van de therapeut verwerft de cliënt inzicht in de samenhang tussen zijn kwetsbare zelfreferentie en zijn problematische beleving. Op basis van dit inzicht kunnen methoden worden aangereikt om het kwetsbare zelfgevoel te transformeren, en daarmee ook de ervaren werkelijkheid te veranderen.

De houding van de therapeut is voor UD-Psychotherapie essentieel. Wanneer de therapeut geïdentificeerd is op een dieper niveau van ervaren zal hij of zij niet meebewegen met de conceptuele werkelijkheid van de cliënt. Integendeel: doordat de therapeut in de eigen beleving de krachtbronnen manifesteert die de cliënt nodig heeft, wordt de cliënt in het contact impliciet uitgenodigd de kwetsbare zelfreferentie los te laten.

Gebaseerd op het inzicht in tendrel kan de therapeut waarnemen hoe de cliënt zijn werkelijkheid schept, wanneer deze zich met bepaalde zelfreferenties identificeert. Op grond hiervan worden de UD-methoden van transformatie transparant, functioneel en begrijpbaar.

Als de cliënt de onderlinge afhankelijke relatie tussen zijn kwetsbare zelfreferentie en de overeenkomstige werkelijkheidservaring inziet én als hij daadwerkelijk de ervaring heeft dat hij een andere werkelijkheidservaring krijgt door te werken aan de zelfreferentie, dan zal hij beginnen zichzelf als subject van zijn handelen te begrijpen. De cliënt verwerft daardoor de innerlijke kracht om de verstoorde mentale structuren, die zijn leven bepalen, te veranderen. Tegelijkertijd wordt hij minder afhankelijk van ondersteuning van buitenaf.

De UD-therapeut leert de momenten, waarop de cliënt merkt dat hij in de verdediging gaat, in de therapie te benutten als een gelegenheid om in contact te komen met de onderliggende mentale structuur en deze te helpen veranderen. Daarom is persoonlijke ontwikkeling een onontbeerlijk onderdeel van UD-Psychotherapeutische toepassing.

Overzicht Module III

Module IV: Spirituele ontwikkeling

Gaat het er bij de Persoonlijke ontwikkeling om de zelfreferentie te verdiepen van het conceptuele naar het zintuiglijke en lichamelijk niveau, in de module Spirituele ontwikkeling wordt de zelfreferentie verdiept naar het energetisch niveau. In die zin vormen persoonlijke en spirituele ontwikkeling een opeenvolgend continuüm, waarbij  persoonlijke ontwikkeling een basis is voor spirituele ontwikkeling.

Naarmate het concept tendrel meer en meer op ervaringsniveau begrepen wordt, kunnen transformatieprocessen op een steeds subtieler niveau worden toegepast. Diepere dimensies van de onderlinge verbondenheid van subject-object, lichaam-geest en materie-energie worden daarmee toegankelijk gemaakt.

Overzicht Module IV

Praktische informatie

zie